Stelling: Grotere vitamine D3 -behoefte
Dat de mens geen pels heeft, kan te
maken hebben met een grote behoefte aan vitamine D3, hetgeen
aangemaakt wordt door onze blote huid onder invloed van
UV-B stralen. Als men in de zomer een half uurtje zonnebaadt,
maakt de huid 20.000 IE/IU (= 500 mcg) vitamine D3 aan.
Dat is het equivalent van wat in 5,5 kilo zalm zit, of 6
kilo makreel, of 500 eieren, of 250 glazen volle melk, of
41 kilo boter of 6 kilo margarine... Het lichaam is zeer
efficiënt, en maakt nooit zomaar teveel aan. Blijkbaar
hebben we dergelijke hoeveelheden nodig.
Onder invloed van UV-A stralen breekt de huid eventueel
teveel aangemaakt D3 weer af. Zo blijft in een zonnig land
het evenwicht bewaart. Als men dan genoeg huidpigmenten
heeft zoals onze voorouders, wordt de huid op haar beurt
beschermd tegen beschadiging door UV-stralen zonder dat
er haartjes nodig zijn.
Toen
de mens 40.000 jaar geleden bij zijn migraties in het noorden
terechtkwam, moest vervolgens wel het pigment in de huid
verminderen, anders zou niet genoeg UV-B toegelaten worden
om voldoende vitamine D aan te kunnen maken.
Donker haar en bruine huidskleur houden UV-B tegen. Hoe
noordelijker de mens migreerde, hoe minder UV-B in de lucht
zat. Dit komt omdat boven de 37° de zonnestralen meestal
te schuin daarvoor staan, behalve in de zomer op het midden
van de dag, mits er geen bewolking is.
Vuistregel: als u staat,
en uw schaduw is langer dan uzelf, heeft het geen zin in
de zon te gaan zitten (behalve dat het lekker warm aanvoelt
uiteraard).
De behoefte van de mens aan vitamine
D viel niet tegenop te eten. Ook de oermens had niet zomaar
genoemde 5,5 kilo zalm voorhanden per dag.
Een vitamine D gebrek levert slechte overlevingskansen:
zwak gebit, broze botten, spierzwakte, lage weerstand, depressie.
Dus men moest snel bleker en blonder worden om nog voldoende
vitamine aan te kunnen maken.
In de mediterranee moest er echter weer wat meer en donkerder
haar aangemaakt worden op de huid, om schaduw te bieden
tegen een overschot aan UV-A. Want daar kon de huid niet
heel donker weer worden/ blijven, omdat er winters bestaan.
Midden op de dag moet men dan nog de kans krijgen het weinige
UV-B op te nemen.
Maar waarom zou vitamine D zo cruciaal zijn voor juist de
mens en niet voor iedere diersoort die het niet helemaal
uit zijn voeding kan halen? Waarom zijn dus niet alle omnivoren
glad geworden, of waarom hebben niet alle noordelijker dieren
een blonde pels ontwikkeld?
Wat bijzonder is aan de mens uiteraard
zijn de hersenen. Daar moeten we denk ik het antwoord zoeken
voor dit raadsel. Het is een feit dat bijna iedere menselijke
cel receptoren heeft voor vitamine D, ook de hersenen. Dokter
John Jacob Cannell schrijft dat D eigenlijk functioneert
in het lichaam als een hormoon, en zeer belangrijk is voor
de hersenen:
...
Vitamin D is widely involved in brain function with nuclear
receptors for vitamin D localized in neurons and glial cells.
Genes encoding the enzymes involved in the metabolism of
vitamin D are expressed in brain cells. The reported biological
effects of vitamin D in the nervous system include the biosynthesis
of neurotrophic factors, inhibition of the synthesis of
inducible nitric oxide synthase and increased glutathione
levels, suggesting a role for the hormone in brain detoxification
pathways...Evidence exists that major depression is associated
with low vitamin D levels and that depression has increased
in the last century as vitamin D levels have surely fallen.
Evidence exists that depression is associated with heart
disease, hypertension, diabetes, rheumatoid arthritis, cancer
and low bone mineral density, all illnesses thought to be
caused, in part, by vitamin D deficiency. Finally, vitamin
D has profound effects on the brain including the neurotransmitters
involved in major depression. Further research needed.
De
slogan van KORPOS, namelijk Be 'glad' heeft de dubbele
betekenis dus niet voor niets :-)
Ik daag een bioloog/medicus uit met
deze hypothese en onderzoeksvraag aan de slag te gaan, want
het kan veel betekenen voor ons aller gezondheid als we
hier meer over leren. De blootstelling aan UV-B voor zowel
gekleurde als witte mensen is de laatste honderd jaar enorm
verminderd doordat:
- we niet meer buiten op land werken, maar meestal achter
glas (helaas komt alleen UV-A komt door glas heen)
- luchtvervuiling UV-B tegenhoudt
- ons wordt verteld midden op de dag uit de zon te blijven,
of altijd een SPF te smeren (Sun Protection Factor)
- zonnebanken heel weinig UV-B afgeven, maar vooral UV-A
stralen, die de weinige vitamine D die we hebben opgebouwd
ook nog eens afbreken
- sommige culturen hebben kledingvoorschriften die in een
koud kikkerlandje zeker te weinig UV-B blootstelling opleveren.
In een zonovergoten land zou het nog nèt via handen
en gezicht goed kunnen gaan
- de meeste mensen hun buikvet niet opgebruiken in de winter.
Daar slaat het lichaam de voorraad vitamine D op die het
in de zomer heeft aangelegd.
Mensen boven de 50, mensen met een donkere huidskleur, mensen
met een vet-arme huid, en mensen die cholesterolverlagers
slikken of anti-epilepsiemedicatie hebben veel langere blootstelling
aan UV-B nodig om voldoende D3 aan te maken. Donkere huid
zelfs minimaal 50 minuten tot 2,5 uur per dag, dat is 5
tot 10 keer zo lang als witte huid.
Maar velen vermijden meestal de zon om vanwege culturele
voorkeuren een lichtere huid te houden.
©
Donna van der Loo, mei 2009
|
2e raadsel:
misschien ontwikkeling naar meer lichaamshaar tegenwoordig!
Vaak horen
we van cliënten met gladde voorouders uit warme landen, dat
ze de indruk hebben dat ze meer haartjes hebben ontwikkeld sinds
ze in Nederland zijn gekomen. Zou het lichaam genen aanzetten die
haartjes maken om te beschermen tegen de kou? Maar we zitten toch
allemaal dik ingepakt in kleding en in huizen met verwarming? En
in het licht van voorgaande hypothese: men komt weinig in de zon,
dus haartjes zijn ook niet nodig als bescherming tegen UV-A.
Ik vermoed dat het te maken kan hebben met verandering in voeding,
zodanig dat ons endocriene stelsel een nieuw evenwicht moet vinden,
en als reactie meer testosteron aanmaakt:
- Er zitten hormonen in het vlees en melk uit de bio-industrie,
ook in halalproducten. Dieren worden met groeihormonen ingespoten,
of ze krijgen veel krachtvoer (lees: soja) te eten. Soja bevat van
nature heel veel oestrogeen.
- Noordwest-Europa is een van de sterkst vervuilde regio's op aarde.
Iedere dag krijgen we via lucht, water en voeding een cocktail binnen
van nieuwe chemische stoffen waarop we nog niet evolutionair aangepast
zijn. Toevallig hebben veel van deze stoffen een oestrogene werking
in het lichaam (residuen van pesticiden, lekkage van weekmakers
uit plastic verpakkingen, e-nummers, etc.). Ook in de meeste cosmetica,
zoals shampoo en deodorant en crèmes zitten conserveermiddelen
die een oestrogeen effect hebben (phtalaten, parabenen).
- Als het buiten kouder en donkerder wordt, krijgt iedereen meer
trek in snelle koolhydraten (suiker, wit brood, pasta, aardappel,
mais, chips, koekjes, chocola, snoepjes, frisdrank), want dit helpt
het serotonineniveau in de hersenen op peil te houden (vrolijkheidsstoffen).
Het nadeel is dat het lichaam meer insuline moet aanmaken om de
pieken in koolhydraten te verwerken. Zodra de insulinespiegels in
het bloed hoog zijn, gaat de lever reageren met een verminderde
aanmaak van SHBG (sex hormone binding globuline). Dat betekent dat
er in het bloed van zowel mannen als vrouwen meer ongebonden actief
testosteron gaat rondstromen. De cellen die een donshaartje dikker
en donkerder kunnen maken, zijn hier erg gevoelig voor. Helaas kan
dit voedingspatroon uiteindelijk meer lichaamshaar en gezichtsbeharing
opleveren.
|